Bedrijfsopvolgingsregelingen (BOR en DSR)

Bedrijfsopvolgingsregelingen

Bij schenking of vererving van een onderneming is belasting verschuldigd. Om te voorkomen dat de continuïteit van ondernemingen in gevaar komt, kent de wet speciale bedrijfsopvolgingsregelingen. De belangrijkste zijn de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) in de schenk- en erfbelasting en de doorschuifregeling (DSR) in de inkomstenbelasting. Met deze regelingen kan de belastingdruk bij overdracht van ondernemingsvermogen aanzienlijk worden beperkt of doorgeschoven. Voorwaarde is wel dat sprake is van ondernemingsvermogen. Vermogen dat wordt aangehouden als belegging kwalificeert niet voor deze faciliteiten.

Voorbeeld

Peter heeft 100% van de aandelen X B.V. in eigendom. De waarde van de aandelen is €1.000.000. In 2026 overlijdt Peter. De aandelen X B.V. vererven naar zijn zoon. Zonder gebruikmaking van de BOR is bij het overlijden van Peter ongeveer €448.000 belasting verschuldigd (€310.000 inkomstenbelasting (31%) en €138.000 (20%) erfbelasting). Door gebruik te maken van de faciliteiten is bij het overlijden van Peter geen belasting verschuldigd. De BOR levert hier een besparing op van €448.000.

Doorschuifregeling inkomstenbelasting (DSR)

Wanneer iemand 5% of meer van de aandelen van een B.V. of N.V. bezit, is sprake van een aanmerkelijk belang. Bij schenking of overlijden is inkomstenbelasting verschuldigd over de meerwaarde van de aandelen.

In 2026 gelden de volgende tarieven in box 2:

  • 24,5% over de eerste € 68.843
  • 31% over het meerdere

Met toepassing van de doorschuifregeling kan deze belastingclaim worden doorgeschoven naar de opvolger. De belasting hoeft dan op het moment van schenking of overlijden nog niet te worden betaald.

Vrijstelling erf- en schenkbelasting (BOR)

De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) biedt een ruime voorwaardelijke vrijstelling van erf- en schenkbelasting voor ondernemingsvermogen.

In 2026 geldt:

  • 100% vrijstelling over de eerste € 1.543.500 ondernemingsvermogen
  • 75% vrijstelling over het meerdere

Voor zover het meerdere voor 25% belast blijft, komt de effectieve belastingdruk bij een tarief van 20% (partners en kinderen) uit op ongeveer 5%.

Voorwaarden voor toepassing van de BOR

De BOR kan alleen worden toegepast als aan verschillende voorwaarden wordt voldaan. De belangrijkste zijn de bezitseis en de voortzettingseis.

Bezitseis:

  • Bij overlijden moet de onderneming minimaal 1 jaar in bezit zijn geweest van de erflater.
  • Bij schenking geldt een bezitsperiode van 5 jaar.

Voortzettingseis:

De verkrijger moet:

  • de onderneming minimaal 3 jaar voortzetten, en
  • de aandelen gedurende deze periode behouden.

Voor overdrachten vóór 1 januari 2025 kan nog een voortzettingstermijn van 5 jaar gelden.

De vrijstelling is voorwaardelijk. Als niet meer aan de voortzettingseis wordt voldaan, is de eerder vrijgestelde belasting alsnog verschuldigd.

Ondernemingsvermogen of beleggingsvermogen

Niet al het vermogen binnen een onderneming kwalificeert voor de faciliteiten. Sinds 1 januari 2024 wordt vastgoed dat aan derden wordt verhuurd aangemerkt als beleggingsvermogen. Dit komt daarom niet in aanmerking voor de BOR of de DSR. Vastgoed dat wordt gebruikt binnen de eigen onderneming of binnen het concern kan wel kwalificeren als ondernemingsvermogen.

Keuzevermogen en gemengd gebruik

Bedrijfsmiddelen die zowel zakelijk als privé worden gebruikt, kunnen keuzevermogen zijn.

Sinds 2025 geldt dat bedrijfsmiddelen met een waarde van € 100.000 of meer die voor 10% of meer privé worden gebruikt, niet langer kwalificeren als ondernemingsvermogen voor de BOR en de DSR. Dat geldt ook voor de samenhangende schulden.

Leeftijdseis bij schenking

Bij schenking van ondernemingsvermogen geldt sinds 2025 voor zowel de BOR als de DSR een minimumleeftijd van 21 jaar voor de verkrijger.

De vroegere dienstbetrekkingseis is vervallen. Bij overlijden geldt deze leeftijdseis niet.

Preferente aandelen en bedrijfsopvolging (vanaf 2026)

Vanaf 1 januari 2026 gelden nieuwe regels voor preferente aandelen bij toepassing van de BOR en de DSR. Preferente aandelen zijn aandelen die voorrang geven bij winstuitkering of bij de verdeling van het vermogen bij liquidatie. In beginsel komen deze aandelen niet in aanmerking voor de BOR en de DSR. De wetgever gaat er namelijk van uit dat de houder van preferente aandelen meer lijkt op een financier dan op een ondernemer. Er geldt één belangrijke uitzondering. Wanneer preferente aandelen zijn ontstaan in het kader van een gefaseerde bedrijfsopvolging, bijvoorbeeld doordat gewone aandelen van de ondernemer worden omgezet in preferente aandelen terwijl de opvolger gewone aandelen krijgt, kunnen de fiscale faciliteiten soms toch worden toegepast. Maar de nieuwe wettelijke definitie van preferente aandelen kan ertoe leiden dat aandelen sneller als preferent worden aangemerkt. Dat kan bijvoorbeeld al door verschillen in dividendrechten, agioreserves of winstreserves tussen aandeelhouders. Daarom is het bij familiebedrijven belangrijk om goed te letten op de kapitaalstructuur en dividendpolitiek. Relatief kleine wijzigingen in reserves of dividenduitkeringen kunnen namelijk gevolgen hebben voor de toepassing van de BOR en DSR bij een toekomstige bedrijfsopvolging.

Wij beoordelen regelmatig of de aandelenstructuur en de winstverdeling binnen een onderneming nog aansluiten bij een gewenste bedrijfsopvolging en de toepassing van de fiscale faciliteiten.

Tijdige planning is essentieel

Tijdige planning van de bedrijfsopvolging kan een aanzienlijk fiscaal voordeel opleveren.

Wij adviseren ondernemers en familiebedrijven regelmatig over de structurering van bedrijfsopvolging en de toepassing van de BOR en DSR binnen hun estate planning.

Wilt u meer weten over dit onderwerp?

U bent slechts één klik verwijderd van een goed advies.

Stel ons uw vraag en wij nemen vrijblijvend contact met u op.

Liever bellen?
023 529 98 88