Nieuwsbrief december 2013

Verruiming eenmalige vrijstelling schenkbelasting

Vanaf 1 januari 2014 wordt de eenmalig verhoogde vrijstelling verruimd. Vooruitlopend op de wetswijziging zijn in het beleidsbesluit van 16 september 2013 (BLKB2013/1699M) enkele goedkeuringen opgenomen.

Voor de periode van 1 oktober tot en met 31 december 2013 wordt het bedrag van de vrijstelling verhoogd tot € 100.000 voor alle schenkingen in verband met de eigen woning. Hierbij geldt geen leeftijdseis voor de begiftigde. Indien het belastingplan wordt aangenomen gelden deze verruimingen tot 1 januari 2015. Met terugwerkende kracht kan de vrijstelling vanaf 29 oktober 2012 bovendien worden gebruikt voor de aflossing van een restschuld als bedoeld in artikel 3.120a Wet IB 2011. Deze faciliteit blijft ook na 1 januari 2015 in de wet opgenomen.

Wij krijgen veel vragen over de verruimde vrijstelling. In deze nieuwsbrief bespreken wij enkele aandachtspunten.

Eenmalig

De verruimde vrijstelling kan slechts in 1 kalenderjaar worden toegepast en mag niet over meerdere jaren worden uitgespreid. Een uitzondering geldt voor kinderen tussen 18 en 40 jaar. Zij mogen van hun ouders in 2013 tot maximaal € 51.407 en in 2014 tot maximaal € 48.593 belastingvrij ontvangen.

Opschortende of ontbindende voorwaarde

Schenkingen in verband met de aankoop van een woning of de aflossing van een eigenwoningschuld moeten zijn gedaan onder een opschortende voorwaarde. Deze schenkingen komen voor toepassing van de Successiewet pas tot stand op het moment dat de woning wordt geleverd of de schuld wordt afgelost.

Schenkingen in verband met onderhoud of verbetering van de eigen woning moeten plaatsvinden onder ontbindende voorwaarde. Het geschonkene moet in het jaar van de schenking of in de 2 daaropvolgende kalenderjaren op de juiste wijze worden besteed. De schenking komt echter direct tot stand.

Bij een schenking die deels wordt gebruikt voor aflossing van een eigenwoningschuld en deels voor onderhoud is het noodzakelijk dat de aflossing plaatsvindt in het jaar waarin de schenking wordt gedaan. Bij (gedeeltelijke) aflossing in het volgende kalenderjaar is de vrijstelling namelijk niet meer van toepassing.

Het verdient de voorkeur schenkingen schriftelijk vast te leggen De overeenkomst dient als bewijs richting de Belastingdienst. Daarnaast kan de schenker hierin andere voorwaarden aan de schenking verbinden, zoals een uitsluitingsclausule.

Meerdere schenkingen per persoon

Een schenker kan aan verschillende personen schenkingen doen met toepassing van de verruimde vrijstelling. Belangrijk is dat partners voor de schenkbelasting als 1 persoon worden aangemerkt.

Voorbeeld

A schenkt € 100.000 aan zijn dochter en € 100.000 aan de zoon van zijn broer. De broer van A doet hetzelfde.

In beginsel geldt de vrijstelling voor beide schenkingen van de broers. De staatssecretaris stelt zich echter op het standpunt dat de broers in feite een schenking van € 200.000 aan hun eigen kind hebben gedaan indien zij hebben afgesproken kruislings te schenken. De vrijstelling geldt dan slechts voor de helft van de totale schenking. Naar onze mening is van ‘opzetjes’ geen sprake indien de broers afzonderlijk van elkaar schenken zonder de verplichting voor de ander om hetzelfde te doen. De vormgeving en de uitvoering van de schenking spelen hierbij een rol. Het zal moeten blijken hoe de Belastingdienst in de praktijk met dergelijke situaties omgaat.

Aflossen eigenwoningschuld

De staatssecretaris heeft aangegeven dat de vrijstelling niet geldt indien de begiftigde een schuld van een ander aflost. De juridische eigendomsverhouding en/of het huwelijksvermogensregime van de begiftigde zijn dus van belang.

Voorbeeld

A en B zijn in gemeenschap van goederen gehuwd. De schuld voor hun eigen woning bedraagt € 150.000. A krijgt een schenking van € 100.000 van zijn vader (met uitsluitingsclausule) en lost hiermee een deel van de schuld af.

De staatssecretaris wekt de indruk dat de vrijstelling in deze situatie voor € 100.000 kan worden toegepast, omdat A een gezamenlijke schuld heeft afgelost. A krijgt vervolgens een vergoedingsrecht van € 50.000 op B op grond van art. 1:96 BW.

Naar onze mening sluit deze benadering niet aan bij het uitgangspunt dat alleen het aflossen van eigen schulden in aanmerking komt voor de vrijstelling. A en B hebben ieder een eigenwoningschuld van € 75.000. Ons inziens kan de vrijstelling daarom voor maximaal € 75.000 worden toegepast. Voor het restant (€ 25.000) heeft A de schuld van B afgelost en ontstaat een vergoedingsrecht. Een nadere toelichting over het toepassingsbereik van de vrijstelling op dit punt is wenselijk.

Conclusie

In deze nieuwsbrief zijn slechts een paar aandachtspunten benoemd. Hieruit volgt dat het belangrijk is om de positie van betrokkenen goed in kaart te brengen bij advisering over de verruimde vrijstelling.

Download de Nieuwsbrief december 2013


Meer informatie:

Voor meer informatie kunt u contact op nemen met Schut & Bruggink Estate Planners B.V.

Colofon:

Deze publicatie is zorgvuldig voorbereid, maar is in algemene bewoordingen gesteld en bevat alleen informatie van algemene aard. Deze publicatie bevat geen advies voor concrete situaties, zodat uitdrukkelijk wordt aangeraden niet zonder advies van een deskundige op basis van de informatie in deze publicatie te handelen of een besluit te nemen. Schut & Bruggink Estate Planners B.V. is niet aansprakelijk voor schade die het gevolg is van handelen of het nemen van besluiten op basis van de informatie in deze publicatie.