NL | EN

De verruimde schenkingsvrijstelling voor de eigen woning bedraagt € 100.800

De schenkingsvrijstelling voor de eigen woning bedraagt vanaf 1 januari 2018 € 100.800. De vrijstelling geldt voor verkrijgers die ouder zijn dan 18 jaar maar jonger dan 40 jaar. De schenker hoeft niet de ouder te zijn. Dus ook grootouders, ooms, tantes en zelfs de buurman kunnen schenkers zijn.

Algemeen

De begiftigde moet de schenking wel gebruiken voor de aankoop of verbouwing van een eigen woning. Ook mag met de schenking de eigenwoningschuld afgelost worden. De vrijstelling geldt bovendien als een eigen woning wordt geschonken. De schenking moet daadwerkelijk zijn betaald. Een schuldig erkenning kwalificeert niet voor de vrijstelling. Er is in het verleden goedgekeurd dat een kwijtschelding op een bestaande eigenwoningschuld onder de vrijstelling valt.

Als de vrijstelling niet helemaal in het (eerste) jaar wordt gebruikt, kan de verkrijger het restant in de twee daarop volgende jaren gebruiken. De verkrijger moet de schenking(en) in maximaal drie jaar besteden aan zijn eigen woning. De schenkingen moeten uiterlijk in het tweede kalenderjaar na het kalenderjaar waarin de eerste schenking is gedaan, worden aangewend voor de eigen woning. Op het moment van de schenking(en) moet de verkrijger voldoen aan de leeftijdseis, terwijl de feitelijke besteding na het bereiken van de 40 jarige leeftijd kan plaatsvinden.

De vrijstelling wordt slechts verleend als de schenking onvoorwaardelijk wordt gedaan. Er geldt één uitzondering. De schenking mag wel plaatsvinden onder de ontbindende voorwaarde dat de schenking vervalt voor zover het geschonken bedrag niet conform de voorwaarden voor de vrijstelling is besteed. Het is dus niet meer toegestaan om een eigen woning schenking herroepelijk te maken.

De termijn voor het opleggen van de aanslag is met 2 jaar verlengd en vastgesteld op 5 jaar. Als de schenking niet tijdig is besteed, moet dat aan de inspecteur worden gemeld.

 Voorbeeld:

  • 30 augustus 2018: schenking van € 100.800
  • vóór 1 maart 2019 aangifte indienen
  • schenking moet uiterlijk 31 december 2020 aan de eigen woning zijn besteed
  • vóór 1 juni 2021 bij de inspecteur melden als de schenking niet (volledig) juist is besteed
  • de aanslag moet uiterlijk op 30 augustus 2023 worden opgelegd

Overgangsrecht

Het overgangsrecht voor situaties waarin al eerder een schenking is ontvangen waarvoor een beroep is gedaan op een verhoogde vrijstelling, is complex. De verkrijger mag per schenker maar eenmaal in zijn leven gebruik maken van de verhoogde vrijstelling eigen woning. Als dus al eerder (vóór 1 januari 2018) van dezelfde schenker een schenking is ontvangen waarvoor een beroep is gedaan op een verhoogde vrijstelling, is in beginsel geen beroep meer mogelijk op een verhoogde vrijstelling. Onder omstandigheden kan toch nog wel een beroep worden gedaan op de vrijstelling.

Gelden er nog andere voorwaarden?

Ondanks dat de schenking is vrijgesteld, moet er toch een aangifte schenkbelasting worden ingediend, waarin een beroep op de verhoogde schenkingsvrijstelling wordt gedaan. De vrijstelling geldt niet als de eigenwoningschuld van de partner wordt afgelost. U dient dus goed te bekijken wie eigenaar is van de woning en wie schuldenaar is van de eigenwoningschuld. Dit punt speelt vooral bij samenwoners en mensen die buiten gemeenschap van goederen zijn gehuwd.

 

Wilt u meer weten over dit onderwerp?

U bent slechts één klik verwijderd van een goed advies.

Stel ons uw vraag en wij nemen vrijblijvend contact met u op.

Velden met een * zijn verplicht

Wij zijn u graag van dienst